Een alpaca is geen hond, kat of konijn. Maar toch kan je er bijna even makkelijk zorg voor dragen. Bovendien zijn deze kameelachtige beestjes nieuwsgierig, teder, gevoelig en intelligent. Het perfecte “huisdier”, tenminste: als je deze maatregelen treft.
 

Hou er minstens twee

Een alpaca is een kuddedier en heeft soortgenoten nodig om mee te kunnen communiceren. Hou dus minstens twee alpaca’s, bij voorkeur drie. Met soortgenootjes erbij kan een alpaca makkelijk 20 tot 25 jaar worden. Een tip: kies alpaca’s van hetzelfde geslacht of combineer met een gecastreerd mannetje. Een hengst en een merrie hou je beter gescheiden, want het mannetje zal maar al te graag achter het vrouwtje jagen.
 

Voorzie beschutting

De alpaca komt oorspronkelijk uit het droge Zuid-Amerika. Om in ons land de regen, koude en wind te overleven, moet hij kunnen schuilen in een schuur of stal. Voorzie per alpaca minstens 2 m² vloeroppervlakte en kies voor een stal die minstens twee meter hoog is en aan drie kanten (wind)dicht. In de zomermaanden vinden je alpaca’s hier ook de nodige schaduw.
Lama

Zorg voor een voldoende grote wei

Alpaca's zijn graasdieren. Hoe meer ruimte ze hebben, hoe beter! Een alpacaweide voor twee is minimaal 1.000 m² groot. Voor elke alpaca die erbij komt, reken je best zo’n 500 m² extra. Zo krijgen je dieren voldoende lichaamsbeweging en is er genoeg gras voor iedereen.
 

Wat en hoe voer je ze?

Naast gras, planten en blaadjes van niet-giftige bomen, moet er voor alpaca’s onbeperkt vers water en hooi beschikbaar zijn. Geef hen ook een speciaal samengestelde alpacabrok, zodat je dieren de nodige vitaminen en mineralen binnenkrijgen. Halve buizen of dakgoten doen het prima als voederbak! Bevestig ze aan de stalwand op ongeveer een halve meter van de grond.
kussende Lama
moeder en kind lama

Gun ze veel speeltijd

Alpaca’s vinden het heerlijk om in het zand te rollen. Gun hen een leuk extraatje en voorzie een zandbak of vul een gedeelte van de wei met zand. Alpaca’s zijn ook echte klimmers, in hun ‘speelweide’ kan je dus gerust aan de slag met wip- of loopplanken. Dankzij hun slimme kopjes leer je ze bovendien makkelijk dingen aan. Een saaie keuze is de alpaca alvast niet!
 

Kijk ze dagelijks na

Observeer je alpaca’s dagelijks en leer hun gedrag en gewoonten kennen. Een alpaca zal niet snel laten merken dat er iets scheelt. Zie je toch een gedragsverandering? Wees dan extra waakzaam en contacteer je dierenarts. Ook voor de nodige vaccinaties, ontwormingen en gebitscontroles kan je bij de dierenarts terecht. Een betonnen vloer in de stal kan helpen om de teennagels van je alpaca’s op een natuurlijke manier te doen slijten.
Lama

Scheer ze elk jaar opnieuw

Wist je dat alpaca’s temperaturen van - 40 °C tot + 40 °C kunnen verdragen? Dat is als je hen jaarlijks op een uitgebreide scheerbeurt trakteert. De beste periode hiervoor is tussen half april en half juni, wanneer het niet meer te koud is en de vacht nog voldoende tijd heeft om te groeien voor de winter. Schakel sowieso een ervaren alpacascheerder in. Als de wol vakkundig geschoren wordt kan je het nadien gebruiken om een lekker warme trui of sjaal van te breien. Een win-win!
 

Ruim de mest op

Alpaca's zijn van nature zindelijk: ze kiezen een vaste plek in het gras om zowel hun kleine als grote boodschap te doen. Handig, want zo blijft de stal behoorlijk schoon. Ruim de mest op deze vaste plek wel regelmatig op. Doordat alpaca’s de hele dag door eten, produceren ze best veel mest. Die is wel heel vruchtbaar, dus je kan er misschien nog wel weg mee.