Beestig-fan Benny maakt zich zorgen om zijn vijvervissen. “Toen ik vroeger de vissen eten gaf, kwamen ze dadelijk alles opeten. Tegenwoordig komen ze pas na een tijdje aan de oppervlakte en eten ze heel weinig – sommige zelfs helemaal niet. Zijn mijn vissen ziek of wat is hier aan de hand?” Dierenarts Tom van Dierenartsencentrum Trigenio heeft drie onmisbare tips voor vissen met een ‘eetstoornis’.
 

Geef je vissen nooit te veel voer

We hebben altijd de neiging om vissen te ‘overvoeren’, zegt dierenarts Tom. En niet alleen vissen zijn daar het slachtoffer van: om een of andere reden vinden we het geweldig om dieren eten te geven, ook al hebben die helemaal geen honger of last van een voedseltekort. Kijk maar naar dierentuinen of kinderboerderijen: we staan altijd opnieuw te popelen aan de omheining met een zakje nootjes, kruimels oud brood of een pluk gras, in de hoop dat de dieren dichterbij komen. Met vissen is dat niet anders. Het is dan ook niet abnormaal dat ze na een tijdje niet meer komen aangespurt wanneer je visvoer in het water strooit.
 
Hoe warmer het water, hoe actiever de vissen en hoe meer eten ze nodig hebben. Zeker in de warmere periodes halen ze echter veel voeding uit de vijver zelf, van muggenlarven tot kleine torretjes. Vanaf het voorjaar tot het einde van de zomer hebben de meeste vijvervissen – grote kleppers zoals koikarpers uitgezonderd – dan ook niet zoveel extra voer nodig. Sowieso is het altijd aangeraden om kleine porties tegelijk te geven, zodat de vissen de tijd krijgen om alles op te eten. Hebben ze het voer na een kwartiertje nog niet opgegeten? Dan kan je het beter uit het water scheppen met een netje, want voor de waterkwaliteit is het niet zo’n goed idee om het visvoer te laten liggen. Zodra de watertemperatuur onder de 7 à 8 graden Celsius zakt, gaan vissen veel minder eten en hoeven ze in principe zelfs niet meer gevoerd te worden. 
Visvoer in vijver met goudvissen
Eten je vissen het voer niet meteen op? Dan kan je het beter uit de vijver scheppen, zodat de waterkwaliteit niet aangetast wordt

Controleer de waterkwaliteit van de vijver

De meeste vissen die in een vijver leven, zijn zeker en vast dik genoeg. Wanneer ze echter volledig stoppen met eten, zullen ze wel gaan vermageren en dat betekent dat er iets mis is. De eerste stap is dan de waterkwaliteit van de vijver laten checken. Hoe doe je dat? Simpel: schep een confituurpotje vol vijverwater en breng het binnen bij een tuincentrum in je buurt. De meeste tuincentra zijn vandaag de dag ook vijvercentra en zullen je hier zeker en vast bij kunnen helpen. Wanneer de samenstelling van het water niet helemaal in balans is, kan je de waarden weer bijstellen door bepaalde producten toe te voegen. Zo krijg je de hardheid en de zuurtegraad van het water weer op het juiste niveau. 
 
 

Hou het gedrag van je vissen in de gaten

Is er niets mis met de waterkwaliteit? Weet dan dat vissen ook bacteriën, parasieten of virussen kunnen oplopen, en daar kunnen ze ernstig ziek van worden. Observeer dus het gedrag van je vissen eens van dichtbij en let op alles wat ‘abnormaal’ is: ziet de huid er mooi uit, hebben ze last van evenwichtsproblemen, hangen ze aan de oppervlakte naar zuurstof te happen of zwemmen ze scheef door problemen met de zwemblaas …? De meeste vijvereigenaars kennen het gedrag van hun vissen heel goed en zullen al gauw opmerken wanneer er iets niet in de haak is. In dat geval is het belangrijk om zo snel mogelijk een gespecialiseerde dierenarts te consulteren. Zeker wanneer er een dode vis komt bovendrijven!
 
 

Deel dit artikel

Aanbevolen artikelen