Vaccineren of inenten dient om de weerstand van je kat te verhogen.

Na de geboorte is een kitten deels beschermd door de afweerstoffen van de moeder, maar meestal verdwijnen deze in de eerste vier levensmaanden. Door je kitten te vaccineren zodra de afweerstoffen van de moeder zijn verdwenen, maakt de kitten zelf afweerstoffen aan. Op die manier zorg je ervoor dat de afweer op een veiligere manier wordt opgebouwd en dat hij de ziekte waartegen hij wordt gevaccineerd niet hoeft door te maken. Bijwerkingen van vaccinaties zijn gelukkig zeldzaam.

Er bestaan veel soorten vaccins. Welk vaccin voor jouw kat geschikt is, hangt af van de risico’s. Zit je kat alleen binnen of mag ze ook buiten? Is je kat een vechtersbaasje? Breng je je kat soms naar een kattenhotel? In tegenstelling tot vroeger krijgt niet elk dier dezelfde vaccins. Er wordt eerder een ‘vaccinatie op maat’ gedaan, op basis van de leefomstandigheden van jouw specifieke kat. In sommige gevallen kan een dierenarts zelfs nagaan of er nog afweerstoffen in het bloed aanwezig zijn en zijn vaccinatiekeuze hierop baseren. Vraag je dierenarts naar de vaccinaties die hij adviseert voor jouw kat in jouw situatie.
 

Wist je dat...

er ook verplichte vaccinaties zijn? Katten die reizen binnen Europa moeten gevaccineerd zijn tegen hondsdolheid (rabiës). Sommige landen hebben extra eisen en een bezoek aan een kattenhotel vereist vaak een vaccinatie tegen niesziekte. Bij twijfel raadpleeg je het best het kattenhotel of vraag je advies aan je dierenarts.

Deel dit artikel

Aanbevolen artikelen