Een vogel in een kooitje zielig? Dat hoeft helemaal niet zo te zijn! Als je jouw papegaai, parkiet of kanarie voldoende ruimte en afleiding biedt, dan kan hij het prima naar zijn zin hebben in zijn vogelkooi. Met deze tips van onze Beestig-expert Tom Verbeek geef je het geluksniveau van jouw gevederde huisdier een flinke boost.

Formaat van de kooi: hoe groter, hoe beter

In België bestaan er wettelijke minimumafmetingen voor de kooien in dierenwinkels, maar die zijn eigenlijk behoorlijk klein. Soms zitten er wel twintig vogeltjes samen in één klein kooitje. Privé, in je eigen huiskamer, doe je natuurlijk wat je wil. Al adviseren wij toch steeds dat een vogel moet kunnen vliegen – dus niet ‘hupsen’ – van stok naar stok. Daar is een vogel tenslotte toch voor gemaakt? Zorg dat hij zijn vleugels kan uitspreiden, zodat hij wat vliegkunsten kan oefenen in zijn kooi.
 
Veel eigenaars laten hun vogel los in de huiskamer: topidee! Zeker papegaaien, maar ook kanaries en andere soorten kan je heel gemakkelijk binnenshuis laten vliegen. Al is het wel even opletten als je een kat of andere huisdieren hebt, want die zien dat kleurrijke vogeltje misschien als een lekker hapje ... Sluit ook deuren en vensters, zodat ze er niet met hun pootjes tussen kunnen zitten of er frontaal tegenaan kunnen botsen. Je huiskamer moet 100% vogelvriendelijk zijn voor je het beestje los laat vliegen. We horen in de praktijk helaas niet zelden verhalen over vogels die in een frietketel belanden of aan een vliegenvanger blijven plakken.
 
Laat je je vogels regelmatig los vliegen? Dan worden de afmetingen van hun slaapkooi minder belangrijk. Heel veel papegaaien hebben een kooi waar ze enkel in slapen. Overdag zitten ze bovenop de kooi of in een zogenaamde ‘javaboom’ – een boom uit oersterk hout met takken van verschillende diktes, waarin ze kunnen klimmen en klauteren. Zie je het toch niet zo zitten om je vogel los te laten fladderen in huis, neem dan sowieso een zo groot mogelijke kooi.
Rode ara op javaboom
Als je je papegaai overdag op een javaboom in je huiskamer laat zitten, dan hoeft zijn slaapkooi niet zo ruim te zijn

Gezelschap: zorg voor een vriendje

Voor vogels is het altijd leuk als ze gezelschap van een soortgenoot hebben. Papegaaien, die vaak alleen gehouden worden én opgevoed worden door mensen, missen niet meteen een vriendje. Vaak gaan zij zich namelijk aan hun eigenaar hechten en die als hun partner beschouwen. Maar dat kan problemen geven eens ze in de puberteit komen: de papegaai raakt dan seksueel gefrustreerd, omdat hij met die menselijke partner geen babypapegaaitjes kan maken. Die frustratie uit zich regelmatig in gedragsproblemen zoals verenpikken, krijsen en agressief gedrag naar huisgenoten toe. Voor zo’n ‘vermenselijkte’ papegaai is een vriendje, waar hij al zijn aandacht op kan richten, zeker een meerwaarde!
 
Vogels hou je dus liefst per twee, en dat hoeft niet per se een duo van hetzelfde ras of geslacht te zijn. Een valkparkiet kan evengoed gekoppeld worden aan een grasparkiet, en het mogen ook twee mannetjes of twee vrouwtjes zijn. Een vriendje is een vriendje! De meeste rassen komen goed overeen, maar hou wel een beetje rekening met de grootte en blijf binnen de soort – zet dus geen ara bij een grasparkiet. Papegaaien bij papegaaien, kanaries bij kanaries: allemaal geen probleem!
 
 

Kooiverrijking: hou je vogel bezig

Boots het foerageergedrag na

Een doorsnee dag uit het leven van papegaaien in de natuur ziet er als volgt uit: eerst babbelen ze een halfuurtje met elkaar, dan gaan ze de hele dag ‘foerageren’ of voedsel zoeken, ’s avonds praten ze weer even bij en dan gaan ze slapen. Het is een goed idee om dat foerageergedrag te gaan nabootsen voor jouw papegaai. Geef hem dus niet één eetbakje, maar verschillende bakjes op verschillende plaatsen in de kooi en doe overal een klein beetje voeding in. Zo kan hij echt ‘op zoek’ naar zijn dagelijkse kostje.
 
Je kan ook wat voedsel verstoppen in een vogelpuzzel, die je makkelijk zelf kan maken. Stop bijvoorbeeld enkele nootjes in een prop krantenpapier, die je in een leeg wc-rolletje duwt. Je papegaai moet dan wat moeite doen en de hele constructie kapot trekken om aan zijn snack te geraken. Voor kleinere vogeltjes kan je dan weer trosgierst ophangen in de kooi. Dit is een soort aar met zaadjes eraan, waar ze in kunnen pikken.
Geel-groene parkiet met voederbakje in kooi
Boots het foerageergedrag van je vogel na door voedsel op verschillende plekjes in de kooi te voorzien

Voorzie speelgoedjes

Kooiverrijking is heel belangrijk, vooral bij kromsnavels zoals parkieten en papegaaien. Zeker een papegaai raakt snel uitgekeken op een speeltje en heeft dan zoiets van: dit ken ik al, dit boeit me niet meer. Je koopt dus best een drie- of viertal speelgoedjes, die je vervolgens elke week of om de twee weken vervangt. Na enkele weken mag hetzelfde speelgoed wel terugkomen. Papegaaien en parkieten zijn bovendien nogal destructieve vogels, dus je geeft hen best wat materiaal dat ze kapot mogen bijten: takken, wc-rolletjes, eierdozen … Noem maar op!
 
Bij kleinere zangvogeltjes kan je een spiegeltje in de kooi hangen, zeker als ze alleen zijn. Zo krijgen ze de indruk dat ze een partner hebben – al is een échte partner natuurlijk altijd te verkiezen. Let wel op met speeltjes gemaakt uit sisaltouw, want dat durft weleens uit elkaar te rafelen en verstrikt te raken tussen de teentjes van de vogel.
 

Zorg voor uitdagingen

Bij de meeste vogels – ook kippen – is het belangrijk dat je ze bezighoudt. Wat ze bijvoorbeeld altijd leuk vinden, is een slinger met lekkere hapjes. Neem een touw, rijg er verschillende nootjes, pinda’s, zaden, fruit of groenten aan en hang de slinger op in de kooi of kippenren. Zoek op YouTube maar eens naar filmpjes van kippen die naar zo’n groenteslinger springen: heel leuk om te zien én goed voor hun conditie! Maar er bestaan nog heel wat andere manieren om je vogels uit te dagen, dus laat je creativiteit gerust de vrije loop. 
 
De uitzondering op deze regel zijn roofvogels. Veel mensen denken dat roofvogels een heel grote volière nodig hebben om rond te vliegen en voedsel te zoeken, maar zo zijn ze van nature niet geprogrammeerd. Een roofvogel zit in feite een groot stuk van de dag stil te wachten op een tak tot hij honger krijgt. Dan gaat hij even rondvliegen om een prooi te vangen en op te eten, waarna hij terugkeert naar zijn tak om de rest van de dag, jawel, stil te zitten. Zij vliegen dus niet voor hun plezier zoals zaadeters, die de hele dag rondfladderen om te foerageren.
Laat je vogels gerust een beetje moeite doen om hun maaltijd bij elkaar te foerageren

Verenpikken: waar komt dit gedrag vandaan?

Hoe weet je of jouw vogel gelukkig is in zijn kooi? Bij zangvogeltjes is dat makkelijk te zien: zolang ze zingen, goed eten en actief bewegen, voelen ze zich in hun element. Zien we een papegaai zijn eigen veren uittrekken, dan denken we nogal snel dat dit te wijten is aan stress of verveling. Dat klopt echter niet altijd. Het verenpikken kan ook een medische oorzaak hebben, zoals een virale infectie, parasieten, lever- of nierfalen. 
 
Doet je vogel aan verenpikken, dan is het belangrijk dat je eerst die medische oorzaken uitsluit en dan pas het psychologische aspect gaat overwegen. Wij zeggen weleens: “De vogel trekt zijn veren uit en de dierenarts trekt zijn haren uit”. Verenpikken is namelijk een gedrag dat je heel moeilijk opgelost krijgt, omdat de oorzaak niet zo makkelijk te achterhalen valt. En hoewel papegaaien en parkieten vaak een flink mondje meepraten, kunnen ze ons helaas niet zelf vertellen wat er scheelt ...
 

Aanbevolen artikelen