Je hebt vast al eens gehoord van de Mechelse herder, de Vlaamse reus en het Brabants trekpaard. Maar deze vierpotige vertegenwoordigers van België zijn slechts het tipje van de ijsberg. Er lopen enorm veel rassen rond die geboren en getogen zijn in ons eigen land en elk op hun manier de wereld veroveren. Ontdek in dit artikel een heleboel (maar niet alle) typisch Belgische dierenrassen.

Hondenrassen met Belgische roots

 

Belgische herders

De Mechelse herder is omwille van zijn moed, werkdrift en doorzettingsvermogen bekend tot in het Amerikaanse leger, maar is strikt genomen één van de vier variëteiten van de Belgische herders. De Mechelaar is een kortharige hond met gevlamde vacht en donker masker. De Laekense herder heeft dezelfde kleur als zijn Mechelse neef, maar dan in een ruwharige versie. Zie je dit type herder met overwegend lange haren, dan spreken we over de Tervuerense herder. Het langharige type in het zwart, valt onder de noemer Groenendaeler
Vier Belgische herders op een rij
VLNR: Mechelse, Laekense, Tervuerense en Groenendaelse herder 
Eigenlijk hoort ook het schipperke in deze opsomming thuis: het allerkleinste herderras ter wereld met Belgische oorsprong. Omdat deze keine, zwarte herder of ‘scheper’ vooral op binnenschepen gehouden werd, verbasterde zijn naam tot ‘schipperke’. 
 

Koehonden

Ook de koehonden of ‘bouviers’ hebben hun sporen verdiend als naarstige werkers. Ze hebben een verleden als veedrijver, karrentrekker en bewaker op het boerenerf. De bekendste is de Vlaamse koehond, het ras dat meestal bedoeld wordt als we het over een ‘bouvier’ hebben. Hij komt voor in het blond, donkergrijs, gestroomd en zwart. Aan de overkant van de taalgrens fokt men de Ardense koehond of ‘bouvier des Ardennes’, een slankere hond met rechtopstaande oren. Nog een ander type is de koehond van Roeselare, die uitstierf tijdens eerste wereldoorlog, maar tegenwoordig door liefhebbers teruggefokt wordt. 
 

Groot en klein 

Nog zo’n echte Belg is de Sint-Hubertushond of bloedhond, een erg grote maar rustige hond met een speurneus om u tegen te zeggen. Aan de andere kant van het spectrum zitten het vlinderhondje (met rechtopstaande oren) en het nachtvlinderhondje (met hangende oren) - beide erg kleine, maar werkwillige hondjes met een opvallende pluimstaart. 
Vlinderhondje
Vlinderhondje
Portret van een bloedhond
Sint-Hubertushond

Drie griffonnetjes

In en rond Brussel ontstonden rond het einde van de 19de eeuw drie kleine gezelschapshondjes. Het Belgisch griffonnetje (griffon belge) heeft een donkere, ruwharige vacht. Het Brussels griffonnetje (griffon bruxellois) is ruwharig en rood gekleurd. Het klein brabandertje (Petit brabançonne) is kortharig en kan voorkomen in rood, zwart en black & tan. 

 

Belgische paardenrassen 

Trekpaarden made in Belgium

Soms worden ze met z’n drieën onder dezelfde naam geplaatst: het Belgisch trekpaard. Maar die rasnaam komt eigenlijk alleen het trekpaard van Brabantse oorsprong toe: de Brabander of het enige echte Belgisch trekpaard. Het is een oersterk dier dat werd gebruikt tijdens de oorlog, maar ook nu nog aan de kust te zien is als onmisbaar hulpje van traditionele garnaalvissers. De Brabander komt voor in de drie basiskleuren (bruin, zwart en vos) en hun schimmelvarianten. 
 
Het Ardense trekpaard of de Ardenner lijkt sterk op de Brabander, maar is lichter, kleiner en kent een iets meer gedrongen bouw. Dat is waarschijnlijk te wijten aan zijn verleden in de bosbouw en in de mijnen, waar een iets compacter paard handiger te manoeuvreren was. Ardenners hebben enkel de kleuren bruin, vos en bruinschimmel in hun stamboek. 
 
En dan is er nog het Vlaams paard, een ras dat sinds de jaren ‘90 aan een nieuw leven begonnen is dankzij enkele liefhebbers die het dier terug op de kaart zetten. Lange tijd was het paard uit het weidebeeld verdwenen omdat men probeerde alle Belgische trekpaarden in één overkoepelend ras onder te brengen. Het Vlaams paard herken je uit de duizend aan zijn palominokleur: een voskleurig lichaam met lichte manen en staart. 
Vlaams paard
Vlaams paard
BWP merrie en veulen in de weide
BWP merrie en veulen

Belgische paarden gegeerd in de paardensport 

De BWP of het Belgisch Warmbloed Paard is een vrij nieuw ras dat in de eerste helft van vorige eeuw ontstond uit het kruisen van andere Europese rassen. Het werd een echt succesverhaal: over de ganse wereld rijden topruiters met paarden die in het Belgische stamboek ingeschreven zijn. Dat stamboek is trouwens open: ook paarden die niet afstammen van twee BWP-ouders, kunnen geregistreerd worden als ze aan de hoge kwaliteitseisen voldoen. 
 
In hetzelfde stamboek worden trouwens ook de BRP’s of Belgische rijpony’s ingeschreven: een veelzijdige en sportieve pony die geschikt is voor diverse disciplines in de paardensport. Naast het BWP kent België nog een stamboek van uitmuntende sportpaarden: het sBs of het Belgisch sportpaard
 
 

Konijnen van Belgische bodem 

 

Reuzenkonijnen 

Zonder twijfel het bekendste inlandse konijn is de Vlaamse reus: een groot en rustig konijn met stevige afmetingen. Konijnen-newbies kennen hem vooral in het ‘konijnengrijs’, de wildkleur onder de konijnen, maar hij komt in maar liefst tien verschillende kleuren voor. 
 

Muisgrijze konijnenrassen 

Op de lijst met Belgische konijnenrassen zien we verschillende grijsgekleurde langoren staan. Er zijn drie ‘blauwe’ konijnenrassen, waarvan het Blauw van Ham de donkerste vachtkleur heeft die doet denken aan een chartreux-kat. Een ander middelgroot konijn in dit rijtje is het Blauw van Sint-Niklaas, die net heel licht kleurt. Het Parelgrijs van Halle is dan weer een veel kleiner ras met grijze vacht. 
Belgische haas
Belgische haas
Vlaamse reus met één oog
Vlaamse reus Cois van Beestig-fan Fien

Belgische haas 

Dit ras kreeg vroeger haast mythische proporties, omdat het een kruising met een echte haas zou zijn. Dat fabeltje klopt echter niet: de Belgische haas is 100% konijn, maar dan met de looks van een wilde haas. Het is een gespierd en elegant konijn met een hoge activiteitsgraad. 
 

Nog meer Belgische konijnen 

Ook van Belgische bodem is het Gents baardkonijn, een halflangharig konijn dat vooral op het hoofd lange haren heeft. Het steenkonijn ziet er dan weer ‘niks speciaals’ uit, het lijkt wel een tam wild konijn. Hij kreeg zijn naam omwille van het ideale gewicht dat hij moest bereiken voor de slacht: een steen of 3,5 kg. Nog zo’n oorspronkelijk slachtkonijn is het Wit van Dendermonde, de enige albino (wit met rode ogen) in het rijtje. Ten slotte is er nog de ‘Van Beveren’, die in zwart, wit en blauw voorkomt. 
 
 

Rasechte Belgische kippen 

Koekoek of hoen? 

Wie gevraagd wordt om een typisch Belgische kip op te noemen, belandt waarschijnlijk al snel bij de ‘Mechelse koekoek’, al is dat strikt genomen de benaming van één van de kleurslagen van het Mechels hoen. Wie er wél altijd netjes uitgedost in koekoekskleur bij loopt, is de Izegemse koekoek
 

Belgische vechtersbazen

Ons land kent ook heel wat ‘vechters’, kippenrassen die oorspronkelijk werden gefokt voor agressieve hanengevechten. Ze zijn per definitie krachtig en pezig, hebben weinig veren, een zwak ontwikkelde kam en een krachtige snavel. De Brugse vechter is een bijzonder groot vechthoen en staat bekend omwille van zijn imposante uiterlijk. Ook de Tiense vechter is een stevige kip, met kenmerkende witte huid, snavel en poten. De Luikse vechter draagt duidelijk Aziatische invloeden met zich mee en loopt meer ‘rechtop’ dan de andere Belgische vechters. Van elk vechtras bestaat ook een krielvariant. 
 

Braekelhoen en aanverwanten

Een van de oudste Belgische kippenrassen is het Braekelhoen, waarvan al vermelding wordt gemaakt in geschriften uit begin 15de eeuw. Een ras dat sterk lijkt op het Braekelhoen, en er waarschijnlijk zelfs mee verwant is, is het Kempens hoen (al is niet iedereen het daarover eens). Men is het wel eens over een andere subtype van het Braekelhoen: het Zottegems hoen
 
 

Nog meer Belgisch levend erfgoed 

België kent een rijke geschiedenis aan rassen die gefokt werden met een specifiek doel voor ogen. Sommige daarvan, zoals de Mechelse herder en de Vlaamse reus zijn nog steeds erg populair en worden dan ook intensief gefokt met een grote genenpoel. Maar ook de kleinere, onbekende rassen hebben hun liefhebbers. Kleine verenigingen die begaan zijn met ‘hun’ ras houden het levend erfgoed in stand met een toegewijd fokprogramma. Op die manier zorgen ze ervoor dat deze historische dieren niet in de vergeetput belanden. Tot dat erfgoed behoren trouwens ook schapen, kalkoenen, ganzen en nog andere diersoorten, maar die houden we voor een ander artikel.

Aanbevolen artikelen