Katten zijn heel erg gehecht aan hun territorium. Haal je een nieuwe kat in huis of neem je de kat mee bij je verhuizing, houd haar dan zeker een tijdje opgesloten zodat ze aan de nieuwe omgeving kan wennen en niet ontsnapt of verdwaalt.

Houd je kat eerst in een aparte kamer, waar ze ook haar eten, drinken en kattenbak heeft. Doe dit enkele dagen, tot ze zich normaal en ontspannen gedraagt. Deze kamer wordt haar veilige haven. Pas daarna laat je haar in andere ruimtes, maar laat de toegang tot haar veilige haven altijd open! Verruim zo geleidelijk haar omgeving tot ze uiteindelijk ook naar buiten kan. Hoe snel dat kan, hangt sterk af van je kat en kan best enkele weken in beslag nemen. Over het algemeen wordt er gezegd dat je een kitten het best zes maanden binnen houdt, en een volwassen kat twee tot vier weken.


Als ik mijn kitten dan voor het eerst naar buiten laat, hoe vindt hij dan mijn huis terug?


Kittens en katten die buitenshuis op verkenning gaan, prenten zich een plattegrond van hun territorium in. Ook zetten ze geurvlaggen uit met urine, ontlasting en de geurstof uit de klieren op hun kop en klauwen. Een kitten zal zich zelden ver van bekend terrein wagen, maar een boeiende schutting, muur of bos kan een uitdaging zijn. De angst en opwinding worden ook groter wanneer er een andere kat opduikt. Als die die achtervolging inzet om de mogelijke rivaal te verjagen, kan een kitten gedesoriënteerd raken. Het is daarom verstandig om de eerste verkenningstochten van een jonge kat te begeleiden. Houd contact met snoepjes, interactie en genegenheid om te voorkomen dat je kat ervandoor gaat.


Hoe ver waagt een kat zich eigenlijk van huis?


Dat is afhankelijk van verschillende factoren, zoals het geslacht van de kat en de dichtheid van de plaatselijke kattenbevolking. Een gecastreerde of gesteriliseerde kat komt bijvoorbeeld zelden buiten zijn directe omgeving. Als je in een stad woont, waar de kattenbevolking het dichtst is, zal een kat zijn wandelingen en verkenningstochten tot een paar straten beperken. Een kat wil soortgenoten voorbij zien komen en naar mogelijke prooien uitkijken en dat kan ook dicht bij huis. Op het platteland daarentegen moet een kat soms hele akkers oversteken om andere katten te zien.